ECLI:NL:GHARN:2011:BT7083
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- H.W. Koksma
- J.A.W. Lensing
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs uitlokking en medeplichtigheid afpersing
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor uitlokking en medeplichtigheid aan afpersing van een geldbedrag bij een benadeelde partij. De tenlastelegging betrof het opzettelijk uitlokken van een afpersingspoging door derden, waarbij verdachte onder meer middelen en inlichtingen zou hebben verschaft.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank Zutphen vernietigd en het onderzoek opnieuw gedaan. Uit het onderzoek ter terechtzitting kon het hof niet met wettige bewijsmiddelen vaststellen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte werd daarom vrijgesproken van zowel de primaire als subsidiaire tenlastelegging.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar deze vordering kon niet worden toegewezen omdat verdachte niet schuldig was verklaard. Het hof oordeelde dat de betrokkenheid van verdachte bij de geldkwestie dubieus en onduidelijk was, en dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte de afpersing heeft uitgelokt of daaraan medeplichtig was.
Het hof benadrukte dat verdachte uitdrukkelijk had gezegd dat er geen geweld of bedreigingen mochten worden gebruikt, en dat het niet kon worden uitgesloten dat de daadwerkelijke afpersing buiten zijn opdracht om was gepleegd. De vordering van de benadeelde partij werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor uitlokking en medeplichtigheid aan afpersing.