ECLI:NL:GHARN:2011:BT7358
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door gebruik van valse geschriften
Het gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep in een ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die was veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk gebruik van valse geschriften als ware deze echt en onvervalst. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad en deed opnieuw recht.
Uit het strafdossier en de behandeling van de vordering bleek dat de veroordeelde financieel voordeel had genoten uit het bewezenverklaarde handelen. Het hof baseerde de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op wettige bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van kredietaanvragers en verdeling van het voordeel tussen medeverdachten.
Het hof stelde het voordeel vast op een totaalbedrag van €22.000, waarbij het voordeel werd verdeeld op basis van een derde deel van het gezamenlijke voordeel uit drie dossiers. Vervolgens legde het hof de veroordeelde de verplichting op om dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht zoals dat gold ten tijde van het bewezenverklaarde. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd om proceseconomische redenen en het hof deed opnieuw recht met deze vaststelling en oplegging.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €22.000 en legt de verplichting tot betaling aan de Staat op.