ECLI:NL:GHARN:2011:BT8254
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het doen van onjuiste aangifte inkomstenbelasting wegens niet opgeven volledig vermogen
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk doen van onjuiste en onvolledige aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2003 en 2004 door niet het volledige belastbare inkomen op te geven. Hij voerde aan dat hij geen aangifte hoefde te doen omdat de directeur van de Staatsloterij hem had verteld dat de prijs belastingvrij was, dat hij erop vertrouwde dat zijn buitenlandse advocaat zijn vermogen zou opgeven, en dat hij niet wist hoeveel vermogen hij had.
Het hof verwierp deze verweren omdat onvoldoende aannemelijk was dat verdachte een betrouwbaar fiscaal advies had ingewonnen, en omdat het onwaarschijnlijk was dat de mededeling van de Staatsloterij betrekking had op meer dan alleen kansspelbelasting. Verdachte had bewust een aanmerkelijke kans aanvaard dat hij een onjuiste aangifte deed door zijn buitenlandse vermogen niet op te geven.
Het hof verklaarde het bewezen dat verdachte opzettelijk onjuiste aangiften heeft gedaan, sprak hem vrij van overige tenlasteleggingen, en veroordeelde hem tot een werkstraf van 120 uur waarvan 60 uur voorwaardelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de zaak werd opnieuw berecht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur waarvan 60 uur voorwaardelijk wegens het opzettelijk doen van onjuiste aangifte inkomstenbelasting.