ECLI:NL:GHARN:2011:BT8910

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
14 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
Avnr 1024-11
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 SvArt. 71 lid 4 SvArt. 5 lid 4 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging voorlopige hechtenis ondanks onwenselijk lange duur hoger beroep

Het gerechtshof Arnhem heeft op 14 september 2011 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Almelo van 5 juli 2011, waarin het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte was afgewezen.

De raadsman van verdachte voerde aan dat de voorlopige hechtenis opgeheven diende te worden vanwege de lange periode tussen het instellen van het hoger beroep en de behandeling daarvan. Het hof erkende dat deze periode onwenselijk lang was, mede door ambtelijke misslagen, en dat de beslissing niet 'zo spoedig mogelijk' was genomen zoals voorgeschreven in artikel 71 lid 4 Sv Pro en artikel 5 lid 4 EVRM Pro.

Desondanks oordeelde het hof dat dit verzuim niet tot opheffing van de voorlopige hechtenis hoeft te leiden, mede gezien de ernst van de feiten en het feit dat de voorlopige hechtenis onder controle van de zittingsrechter bleef en binnen de geldende termijnen opnieuw is getoetst.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de rechtbank en gelastte de tenuitvoerlegging van deze beschikking. De advocaat-generaal bracht dit ter kennis van verdachte en verstrekte een afschrift aan de raadsman.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt bevestigd ondanks de onwenselijk lange duur van het hoger beroep.

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem
pkn: 08-710294-11
avnr: 001024-09
Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door
{verdachte}
geboren te {geboorteplaats} op {geboortedatum}
verblijvende {verblijfplaats}.
Het hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Almelo van 5 juli 2011, houdende de afwijzing van het ter terechtzitting gedane verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr J. Michels, advocaat te Amersfoort, in raadkamer van heden.
Het hof heeft gezien bovengenoemde beslissing en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 5 juli 2011.
OVERWEGINGEN:
In raadkamer van heden heeft de raadsman aangevoerd dat gelet op de lange periode tussen het instellen van het hoger beroep en de behandeling daarvan de voorlopige hechtenis dient te worden opgeheven.
Het hof overweegt hieromtrent dat tussen het tijdstip van instellen van hoger beroep (5 juli 2011) en de behandeling van dat beroep kennelijk door ambtelijke misslagen een geruime periode is verstreken. Dit tijdsverloop moet als zeer onwenselijk lang worden beschouwd, waardoor op het hoger beroep, anders dan in artikel 71 lid 4 van Pro het Wetboek van Strafvordering is bepaald, niet zo spoedig mogelijk is beslist door het hof. Tevens kan niet worden gezegd dat de beslissing op het ingestelde rechtsmiddel ‘spoedig’ als bedoeld in artikel 5 lid 4 van Pro het EVRM heeft plaats gehad.
Dit verzuim hoeft er, mede gelet op de ernst van de hier aan de orde zijnde feiten, echter niet toe te leiden dat de voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven, te meer nu in overeenstemming met de strekking van de op de voorlopige hechtenis betrekking hebbende bepalingen de verdere duur van de voorlopige hechtenis van verdachte onder controle van de zittingsrechter heeft gestaan en aldus binnen de daarvoor geldende termijn na de beschikking waarvan beroep door de rechter andermaal is getoetst.
Het hof is na onderzoek gebleken dat de gronden waarop het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte berust nog steeds aanwezig zijn, terwijl het hof geen redenen aanwezig acht tot opheffing van de voorlopige hechtenis, zodat de beslissing van de rechtbank met overneming van de gronden dient te worden bevestigd.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 69 e.v. van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING:
Het hof bevestigt de beslissing waarvan beroep.
Aldus gegeven op 14 september 2011 door mrs A.E. Harteveld, voorzitter, P. van Kesteren en G.C. Gillissen, raadsheren, in tegenwoordigheid van J. Jansen, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.
De advocaat-generaal gelast voorzover nodig de tenuitvoerlegging van deze
beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte. Afschrift verstrekt aan raadsman op:
14 september 2011
Arnhem, 14 september 2011.
De advocaat-generaal,