ECLI:NL:GHARN:2011:BU1701
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens gewoontewitwassen met voorwaardelijke gevangenisstraf
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor gewoontewitwassen in de periode van 1 januari 2005 tot en met 13 november 2006. Het hof achtte bewezen dat het geld afkomstig was uit drugshandel, gebaseerd op getuigenverklaringen die meerdere aankopen van cocaïne bij verdachte bevestigden. De verdediging stelde dat het geld uit gokwinsten kwam, maar dit werd niet ondersteund door feiten.
Het hof verwierp het verweer dat sprake was van eendaadse samenloop met een andere drugshandelzaak, omdat de delictsomschrijvingen verschillende rechtsnormen beschermen. Tevens werd het beslag op bepaalde voorwerpen aan het oordeel van het hof onderworpen, omdat geen schriftelijke afstandsverklaring van verdachte aanwezig was.
Gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een verleden van gokverslaving en recente werkhervatting, en de lange duur van de procedure, vond het hof een vrijheidsbeneming niet passend. Daarom werd een gevangenisstraf van 36 dagen opgelegd, waarvan 35 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van het voorarrest. Het hof gelastte ook de teruggave van bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 36 dagen gevangenisstraf, waarvan 35 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest.