ECLI:NL:GHARN:2011:BU1970
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.J.M. van den Bergh
- B.J.J. Melssen
- B.F. Keulen
- Rechtspraak.nl
Werkstraf voor verduistering morfine in dienstbetrekking en bezit verboden middel
De verdachte, werkzaam als verpleegkundige bij een zorginstelling, heeft op 20 februari 2009 twee dozen morfinetabletten uit de apotheekruimte van haar werkgever meegenomen. Hoewel zij erkent de dozen te hebben meegenomen, ontkent zij dat deze daadwerkelijk geneesmiddelen bevatten omdat de dozen leeg zouden zijn geweest. Het hof achtte het bewezen dat zij zich de morfine, die zij uit hoofde van haar dienstbetrekking onder zich had, wederrechtelijk heeft toegeëigend en dat zij opzettelijk morfine bij zich had, in strijd met de Opiumwet.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Uit het onderzoek bleek dat de verdachte het vermogensbelang en het vertrouwen van haar werkgever ernstig heeft geschaad. Er werd rekening gehouden met haar persoonlijke omstandigheden en het feit dat zij niet eerder was veroordeeld.
De strafoplegging bestond uit een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, conform de vordering van de advocaat-generaal. Tevens werd de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht in mindering gebracht op de werkstraf. Het hof verklaarde de verdachte strafbaar en sprak haar vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen waren.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, wegens verduistering en bezit van morfine.