ECLI:NL:GHARN:2011:BU3595
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijwaringszaak over verzakking van aangebouwde serre en bewijslastverdeling bij klachttermijn
In deze civiele procedure staat een vrijwaringsvordering centraal waarbij appellanten [appellanten] vorderen dat geïntimeerde [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot vergoeding van schade wegens een verzakte serre die door geïntimeerde is gebouwd. De verzakking en scheurvorming aan de serre zijn vastgesteld in een expertiserapport, waarbij onder meer werd geconstateerd dat funderingspalen ontbraken of niet correct waren aangebracht.
De rechtbank had de vordering afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de vrijwaringsvordering, omdat de hoofdzaak was afgewezen. In hoger beroep voert geïntimeerde verweer dat er geen gebrek is en dat appellanten niet tijdig hebben geklaagd over het gebrek, een verweer gebaseerd op artikel 6:89 BW Pro. Het hof oordeelt dat appellanten al bij ontvangst van het expertiserapport in januari 2008 op de hoogte waren van het gebrek en dus vermoedelijk tijdig hadden moeten klagen.
Omdat geïntimeerde zich pas laat op dit verweer heeft beroepen, krijgt appellanten nog de gelegenheid om hierop te reageren en tevens op andere aangevoerde verweren zoals het ontbreken van verzuim en toerekenbaarheid. Het hof verwijst de zaak naar de rol voor nadere memorie van partijen en houdt verdere beslissing aan tot na deze procedurele stappen.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere memorie van partijen over het verweer van te late klacht en andere verweren.