ECLI:NL:GHARN:2011:BU3647
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot afgifte e-mailcorrespondentie in civiele procedure tussen bestuurders en vennootschappen
In deze civiele procedure in hoger beroep tussen Trientalis c.s. en Promocean c.s. staat een incidentele vordering tot afgifte van e-mailcorrespondentie centraal. [A] vordert op grond van artikel 843a Rv inzage in e-mails die door hem en zijn secretaresse [B] zijn verzonden en ontvangen via Promocean The Netherlands B.V. over de periode 2005-2009. Deze e-mails zijn relevant voor zijn verweer tegen door Promocean c.s. gestelde onrechtmatige gedragingen.
Het hof oordeelt dat Trientalis c.s. niet-ontvankelijk zijn in het hoger beroep omdat zij geen partij zijn bij het bestreden vonnis. De oproeping van derden op grond van artikel 118 Rv Pro wordt afgewezen omdat deze bepaling niet bedoeld is om derden een reconventionele vordering te laten instellen. De vordering tot afgifte van de e-mailcorrespondentie wordt toegewezen omdat [A] een rechtmatig belang heeft en de stukken voldoende concreet zijn aangeduid.
Het hof weegt het belang van [A] om de e-mails bij zijn verweer te betrekken zwaarder dan de door Promocean c.s. aangevoerde bezwaren omtrent bedrijfsgevoelige informatie. De gevorderde kopie moet binnen veertien dagen worden verstrekt, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Promocean c.s. wordt veroordeeld om binnen veertien dagen een kopie van de e-mailcorrespondentie te verstrekken aan [A].