ECLI:NL:GHARN:2011:BU5348

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
18 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000814-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis politierechter met werkstraf en voorwaardelijke hechtenis

Het gerechtshof Arnhem heeft op 18 november 2011 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad van 15 maart 2010. Verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Tijdens de terechtzitting op 4 november 2011 heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en de door de raadsman van verdachte naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden. Het hof achtte de gronden van de politierechter juist en voldoende gemotiveerd en zag geen aanleiding tot wijziging van de straf.

Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter, waarbij het de strafoplegging motiveerde door te stellen dat de persoonlijke omstandigheden geen reden geven tot een andere strafmaat. De uitspraak werd in tegenwoordigheid van de raadsheren en griffier ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Uitkomst: Bevestiging vonnis politierechter met werkstraf van 80 uur en voorwaardelijke hechtenis van 40 uur met proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
Nevenzittingsplaats Leeuwarden
Sector strafrecht
Parketnummer: 24-000814-10
Uitspraak d.d.: 18 november 2011
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 15 maart 2010 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1975],
wonende te [woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 november 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot een werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door haar raadsman,
mr. R.P.A. Kint, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het vonnis waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.
Ter aanvulling op de gronden overweegt het hof omtrent de motivering van de aan verdachte opgelegde straf, dat de persoonlijke omstandigheden zoals deze door de raadsman ter terechtzitting naar voren zijn gebracht, niet nopen tot een ander oordeel omtrent de aard en hoogte van de door de politierechter opgelegde straf.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door
mr. T.M.L. Wolters, voorzitter,
mr. B.J.J. Melssen en mr. E. de Witt, raadsheren,
in tegenwoordigheid van S. van Krugten, griffier,
en op 18 november 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.