ECLI:NL:GHARN:2011:BV1289
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verklaring en derdenbeslag bij geldlening en hypotheekovername tussen familieleden
In deze civiele zaak staat centraal of geïntimeerde, die onroerende zaken van zijn ouders heeft gekocht met een combinatie van hypotheekovername en geldlening, gehouden kan worden tot betaling van het door zijn ouders aan het Productschap verschuldigde bedrag onder derdenbeslag. Het Productschap had beslag gelegd op de vordering van de ouders op geïntimeerde en stelde dat geïntimeerde de schuld aan hen moest voldoen.
De rechtbank had geoordeeld dat er geen opeisbare vordering bestond jegens geïntimeerde omdat hij slechts de hypotheeklasten betaalde en de lening niet kon worden opgezegd door de ouders. Het hof bevestigt dit oordeel en benadrukt de regel van gebondenheid in het beslagrecht: de beslaglegger kan niet meer rechten uitoefenen dan de schuldenaar zelf jegens de derde-beslagene heeft.
Het hof stelt vast dat geïntimeerde de maandelijkse hypotheeklasten aan zijn ouders betaalt, die deze vervolgens aan de bank voldoen. Omdat de lening niet is opgezegd en de ouders geen bevoegdheid tot opzegging hebben aangetoond, kan het Productschap niet de volledige hypotheekschuld opeisen. Het hof staat geïntimeerde toe zijn verklaring aan te vullen met gegevens over de maandelijkse betalingsverplichtingen, waarna het hof verdere beslissing aanhoudt voor het geval van betwisting.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot betaling van de gehele hypotheekschuld af en staat nadere aanvulling van de verklaring toe over de maandelijkse betalingsverplichtingen.