ECLI:NL:GHARN:2012:BV7656
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- J.A.W. Lensing
- A. van Waarden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs schieten op beschermde ganzen
In deze economische strafzaak stond verdachte terecht wegens het schieten op beschermde grauwe ganzen en kolganzen in strijd met de Flora- en faunawet. Verdachte voerde aan dat hij gericht had geschoten op een Canadese gans, waarop wel geschoten mocht worden.
Het hof onderzocht of verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat met het schieten op een Canadese gans ook grauwe ganzen of kolganzen geraakt konden worden. Een deskundige gaf aan dat met het gebruikte full choke geweer de spreiding van hagelkorrels op 40 meter beperkt is, wat de kans op het raken van andere ganzen verkleint.
Het hof concludeerde dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om te stellen dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat beschermde ganzen geraakt zouden worden. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde.
De zaak illustreert de noodzaak van nauwkeurige bewijsvoering bij economische delicten rond natuurbescherming en het belang van deskundigenverklaringen bij het beoordelen van technische aspecten zoals schietprecisie.
Het arrest werd gewezen door het Gerechtshof Arnhem op 28 februari 2012 na behandeling van het hoger beroep en vernietigt het eerdere vonnis voor zover het oordeel betreft dat verdachte schuldig zou zijn.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat beschermde ganzen geraakt zouden worden.