ECLI:NL:GHARN:2012:BV8238
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- H. Abbink
- M.C.J. Groothuizen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel bij diefstal en opzetheling
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem het vonnis waarvan beroep vernietigd en opnieuw recht gedaan. De zaak betreft een veroordeelde die in eerste aanleg is veroordeeld voor diefstal in vereniging, medeplegen opzetheling, overtreding van de Opiumwet en schuldheling. Het hof schat het wederrechtelijk verkregen voordeel op €630.077,00, gebaseerd op MOT-meldingen en verminderd met de legale inkomsten van de veroordeelde.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk zou zijn vanwege het ne bis in idem-beginsel, omdat de belastingdienst naheffingsaanslagen en vergrijpboetes had opgelegd. Dit verweer werd verworpen. Tevens werd een verzoek tot het horen van getuigen afgewezen, omdat alle redelijke pogingen waren gedaan om deze te traceren en het belang van hun verklaringen onvoldoende was aangetoond.
Het hof constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van zeventien maanden, maar matigde de betalingsverplichting slechts met €1.000. De betalingsverplichting aan de Staat werd vastgesteld op €629.050,00. Het arrest is gewezen door mr B.P.J.A.M. van der Pol, mr H. Abbink en mr M.C.J. Groothuizen, waarbij laatstgenoemde niet medeondertekende.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €630.077 en legt een betalingsverplichting aan de Staat op van €629.050.