ECLI:NL:GHARN:2012:BW1762
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verkrijgende verjaring van een strook grond bij samenvoeging percelen
In deze civiele zaak stond de verkrijgende verjaring van een strook grond centraal. Appellant stelde eigenaar te zijn van een strook grond door verjaring, terwijl geïntimeerde betoogde dat de buurpercelen op enig moment in één hand waren gekomen, waardoor de verjaring was beëindigd.
Het hof oordeelde dat de buurpercelen inderdaad enige tijd in één hand waren geweest, namelijk in handen van DGG, die het perceel op 3 februari 2003 had verkregen en later aan geïntimeerde had geleverd. Hierdoor vormden de percelen een geheel en was de verjaringstermijn van appellant onderbroken.
Het hof verwierp het betoog van appellant dat de verjaringstermijn al was voltooid voordat DGG het perceel kocht en dat DGG het bezit van de strook had voortgezet. De levering van het perceel door DGG aan appellant betrof niet de strook, zodat vanaf die levering een nieuwe verjaringstermijn is gaan lopen die nog niet is voltooid.
Daarom is appellant geen eigenaar van de strook geworden. Het hoger beroep faalde en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Arnhem van 17 februari 2010, waarbij appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat appellant geen eigenaar is van de strook grond.