ECLI:NL:GHARN:2012:BW3093
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- I.A. Katz-Soeterboek
- E.W.M. Meulemans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over rechtsgeldigheid beëindiging uitzendovereenkomst fase B en loonbetaling
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of tussen appellant en Gemar een uitzendovereenkomst fase B voor de duur van een project was gesloten en of deze overeenkomst rechtsgeldig was opgezegd. Appellant betwistte dat de overeenkomst voor de duur van het project Corus gold en stelde dat zijn werkzaamheden niet aan een specifiek project waren verbonden.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst geen voldoende objectief bepaalbare einddatum kende gekoppeld aan een duidelijk omschreven project. De vermelding van werkzaamheden bij Stork, die op verschillende locaties kon plaatsvinden, was onvoldoende om te concluderen dat sprake was van een projectgebonden overeenkomst. Ook ontbrak een geldige ontbindende voorwaarde die de overeenkomst automatisch zou doen eindigen bij het einde van een project.
Verder stelde Gemar dat de overeenkomst rechtsgeldig was opgezegd, maar zij had niet aannemelijk gemaakt dat zij beschikte over een ontslagvergunning of dat de opzegging op juiste wijze had plaatsgevonden. Hierdoor was de opzegging nietig en bleef de overeenkomst van kracht tot de overeengekomen einddatum van 12 oktober 2010.
Het hof veroordeelde Gemar tot betaling van het achterstallige loon inclusief vakantietoeslag en een gematigde wettelijke verhoging van 10%, alsmede wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en Gemar werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof veroordeelt Gemar tot betaling van loon en bijkomende vergoedingen tot 12 oktober 2010 wegens niet-rechtsgeldige beëindiging van de uitzendovereenkomst.