ECLI:NL:GHARN:2012:BW3415
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.E. Harteveld
- J.H.C. van Ginhoven
- A.W.M. Elders
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vrijspraak bezit niet-realistische hentai-afbeeldingen
In deze strafzaak stond het bezit van drie hentai-afbeeldingen centraal, waarvan de rechtbank verdachte vrijsprak. De officier van justitie ging in hoger beroep tegen deze vrijspraak. De advocaat-generaal stelde dat deze afbeeldingen, ondanks hun niet-realistische karakter, vanwege hun seksuele strekking onder de strafbaarstelling van kinderpornografie vallen.
Het hof heeft echter geoordeeld dat de wettelijke delictsomschrijving van artikel 240b Sr vereist dat de afbeelding een realistische weergave moet zijn van een minderjarige of een realistische suggestie daarvan. De drie betwiste afbeeldingen voldeden niet aan deze eis omdat zij in overwegende mate afwijken van een realistische weergave.
Het hof bevestigde daarom de vrijspraak van verdachte met betrekking tot het bezit van deze afbeeldingen. Het oordeel is gebaseerd op de strikte tekst van de wet en de uitleg daarvan, waarbij maatschappelijke opvattingen over de strekking van het verbod niet tot een ruimere interpretatie mogen leiden.
De uitspraak benadrukt het belang van de letterlijke interpretatie van de strafbepaling en sluit een bredere toepassing op niet-realistische afbeeldingen uit, ook al kunnen deze seksuele prikkeling veroorzaken. Hierdoor blijft het bezit van de drie hentai-afbeeldingen buiten het strafrechtelijk bereik.
Uitkomst: Het hof bevestigt de vrijspraak van verdachte voor het bezit van drie niet-realistische hentai-afbeeldingen.