ECLI:NL:GHARN:2012:BW3957
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg vaststellingsovereenkomst en verrekening huwelijksvoorwaarden na echtscheiding
Partijen, gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, zijn in 2007 gescheiden. In 2008 sloten zij een vaststellingsovereenkomst waarin werd bepaald dat de woning bindend getaxeerd zou worden door een makelaar. De vrouw vorderde betaling van de helft van de taxatiewaarde, terwijl de man stelde dat betaling pas na verkoop van de woning verschuldigd zou zijn.
De rechtbank wees de vordering van de vrouw toe en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst geen betalingsverplichting bevatte, maar dat de grondslag voor betaling lag in artikel 12 van Pro de huwelijkse voorwaarden, dat verrekening van privévermogen voorschrijft bij echtscheiding.
De man voerde aan dat de overeenkomst anders uitgelegd moest worden, maar het hof vond geen steun voor zijn uitleg in de tekst, omstandigheden of het gedrag van partijen. Het hof stelde dat de man jarenlang een vraagprijs hanteerde die aanzienlijk hoger lag dan de taxatiewaarde, wat niet strookt met zijn stelling.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en compenseerde de proceskosten. De grieven van de man werden verworpen omdat hij onvoldoende feiten had gesteld om het vonnis te vernietigen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van de vrouw toe tot betaling van de helft van de taxatiewaarde van de woning.