ECLI:NL:GHARN:2012:BW6208
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot doodslag en poging tot zwaar lichamelijk letsel na onduidelijke toedracht bij wegrijden auto
Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag en subsidiair poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan een politiebeambte, doordat hij met hoge snelheid wegreed terwijl de politieagente met haar bovenlichaam door het geopende portierraam van zijn auto zou hebben gezeten.
Tijdens het hoger beroep oordeelde het hof dat het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, omdat niet was vastgesteld dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op overlijden van het slachtoffer. Ook het subsidiair tenlastegelegde werd niet bewezen geacht vanwege tegenstrijdige en onduidelijke getuigenverklaringen, waaronder die van het slachtoffer zelf.
Het hof constateerde dat de verklaringen over de snelheid van het wegrijden, de positie van de politieagente en het al dan niet vallen van het slachtoffer uiteenliepen. Er was geen eenduidige bewijsvoering dat verdachte met hoge snelheid is weggereden terwijl het slachtoffer met haar bovenlichaam door het portierraam hing.
Daarnaast werd opgemerkt dat alternatieve feiten, zoals rijden onder invloed, niet ten laste waren gelegd, waardoor het hof zich daar niet over kon uitspreken. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot doodslag en poging tot zwaar lichamelijk letsel.