ECLI:NL:GHARN:2012:BW7283
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het vervoeren van een zieke koe in strijd met EG-verordening dierenbescherming
De verdachte werd beschuldigd van het vervoeren van een zieke koe op 24 maart 2009, in strijd met artikel 6 van Pro de EG-verordening nr. 1/2005, die voorschrijft dat alleen dieren geschikt voor transport mogen worden vervoerd zonder onnodig lijden.
De chauffeur van de verdachte constateerde voorafgaand aan het transport dat de koe een gezwollen poot had en niet volledig kon belasten. Ondanks deze constatering werd geen dierenarts geraadpleegd en werd de koe toch vervoerd, wat leidde tot onnodig lijden volgens de medische verklaring van dierenartsen.
De verdediging voerde aan dat de koe niet op de lijst van de VWA stond en dat de verwonding mogelijk na het transport was ontstaan, maar het hof verwierp deze argumenten op basis van verklaringen en medische rapporten.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij het bewezen verklaarde dat verdachte het dier ongeschikt voor transport heeft vervoerd. Gelet op de omstandigheden en het ontbreken van eerdere veroordelingen, legde het hof een geldboete van € 550,- op, waarvan € 250,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Het hof benadrukte dat deze veroordeling geen gevolgen zou mogen hebben voor de vergunningen van verdachte voor haar werkzaamheden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 550,- waarvan € 250,- voorwaardelijk wegens het vervoeren van een zieke koe in strijd met de EG-verordening nr. 1/2005.