ECLI:NL:GHARN:2012:BW7833
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R.A.V. Boxem
- J.P.M. Kooijmans
- G.W.J.M. Kampschöer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aftrekbeperking rente verbonden lichamen vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap opgericht in 2004, had voor de jaren 2004 en 2005 aanslagen vennootschapsbelasting ontvangen waarbij de Inspecteur een aftrekbeperking toepaste op de betaalde rente aan verbonden lichamen. Belanghebbende voerde aan dat zij zelf rechtstreeks geld had geleend van een derde bank en dat de rente daarom niet onder de aftrekbeperking viel.
Het Hof onderzocht de geldleningsovereenkomsten en constateerde dat belanghebbende vanaf 2 juni 2004 mededebiteur was van de lening bij de bank, maar dat in de administratie en aangiftes de lening als een lening van het verbonden lichaam C BV aan belanghebbende was verwerkt. Het Hof achtte dit aannemelijk en oordeelde dat belanghebbende uiterlijk bij het aangaan van de lening had moeten kiezen welke financieringsvorm zij wilde toepassen.
De stelling van belanghebbende dat de rente materieel aan de bank was betaald, werd verworpen. Het Hof verwees naar de parlementaire geschiedenis waaruit blijkt dat de regeling ook back-to-back constructies bestrijkt. Het beroep op de concernratio-regeling bood geen uitweg. Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de Rechtbank en de door de Inspecteur toegepaste correcties.
Er werd geen kostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem op 22 mei 2012.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de aftrekbeperking van rente op grond van artikel 10d Wet Vpb terecht is toegepast.