ECLI:NL:GHARN:2012:BW8742
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.F. Keulen
- C.J. Laurentius-Kooter
- J.G. Luiten
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap ondanks weigering DNA-onderzoek
De moeder verzocht de rechtbank om een bijzonder curator te benoemen en het vaderschap van de man over haar kind vast te stellen, alsmede een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. De man, die zowel de Nederlandse als Marokkaanse nationaliteit bezit, betwistte het vaderschap en weigerde mee te werken aan een DNA-onderzoek, dat hij als te ingrijpend ervoer vanwege zijn levenswijze, religie en lichamelijke integriteit.
Het hof stelde vast dat Nederlands recht van toepassing is omdat de man en de moeder geen gemeenschappelijke nationaliteit hebben in de zin van de Wet Conflictenrecht Afstamming. De processuele houding van de man, zijn verklaringen aan de bijzonder curator en het ontbreken van tegenbewijs boden voldoende aanknopingspunten om voorshands aan te nemen dat hij de vader is.
Het hof overwoog dat DNA-onderzoek verankerd is in het Nederlandse recht en zonder nadere onderbouwing niet als te ingrijpend kan worden beschouwd. Het belang van het kind om zijn biologische vader te kennen, weegt zwaarder dan het belang van de man om het onderzoek te weigeren. Daarom werd het verzoek van de moeder toegewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De beslissing werd op 31 mei 2012 uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vaderschap van de man en wijst het verzoek tot DNA-onderzoek toe ondanks zijn weigering.