ECLI:NL:GHARN:2012:BW9723
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over fiscale afwikkeling en betaling bij verdeling maatschapsaandeel na overlijden vader
Na het overlijden van de vader trad geïntimeerde uit de maatschap en ontving haar aandeel, vastgelegd in een notariële akte. In 2006 verkochten appellanten het melkquotum, waarbij een anti-winstnemingsbeding van toepassing was. Geïntimeerde ontving een netto bedrag, waarbij een fiscale inhouding werd toegepast op basis van een belastingclaim van 34,15%.
De rechtbank had appellanten veroordeeld tot betaling van het verschil tussen het netto ontvangen bedrag en het volledige aandeel, omdat zij oordeelde dat de fiscale afwikkeling direct door de maatschap had moeten plaatsvinden. Appellanten stelden dat geïntimeerde bewust had gekozen voor een netto uitbetaling en dat het fiscale risico bij haar lag.
Het hof oordeelt dat geïntimeerde onvoldoende feiten heeft aangevoerd om haar uitleg te onderbouwen dat de belasting direct door de maatschap zou worden afgedragen. De gemaakte afspraken wezen op een netto uitbetaling met fiscale risico’s voor geïntimeerde. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering af, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten.
Uitkomst: De vordering van geïntimeerde wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.