ECLI:NL:GHARN:2012:BX1623
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid raadkamer bij vordering gevangenhouding na aanvang behandeling eerste aanleg
Het gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Arnhem die een bevel tot gevangenhouding van verdachte bevestigde en een nadere vordering tot gevangenhouding toewijst. De verdediging stelde dat de raadkamer niet bevoegd was omdat de strafzaak in eerste aanleg al was aangevangen bij de politierechter. Het hof oordeelde dat de raadkamer wel bevoegd was omdat de beslissing over gevangenhouding niet door het rechterlijk college op de terechtzitting wordt genomen.
Het hof stelde vast dat de uitbreiding van de voorlopige hechtenis met nieuwe feiten na betekening van de dagvaarding in eerste aanleg in strijd is met artikel 67b lid 3 WvSv, waardoor dat deel van de beschikking wordt vernietigd. Voor de overige gronden van de gevangenhouding bleven de omstandigheden onverminderd van kracht, zodat het hof de beschikking in zoverre bevestigde.
De uitspraak verduidelijkt de grenzen van de bevoegdheid van de raadkamer bij vorderingen tot gevangenhouding na aanvang van de behandeling in eerste aanleg en bevestigt het verbod op uitbreiding van de feiten na dagvaarding. Hiermee wordt de rechtsbescherming van verdachte gewaarborgd binnen het voorlopige hechtenisproces.
Uitkomst: De beschikking tot gevangenhouding wordt bevestigd behalve voor de uitbreiding van feiten na dagvaarding, die wordt vernietigd; de raadkamer is bevoegd ondanks aanvang behandeling eerste aanleg.