ECLI:NL:GHARN:2012:BX1623

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
11 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AVNR 000808-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 lid 1 WvSvArt. 65 WvSvArt. 66 WvSvArt. 67 WvSvArt. 67a WvSv
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bevoegdheid raadkamer bij vordering gevangenhouding na aanvang behandeling eerste aanleg

Het gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Arnhem die een bevel tot gevangenhouding van verdachte bevestigde en een nadere vordering tot gevangenhouding toewijst. De verdediging stelde dat de raadkamer niet bevoegd was omdat de strafzaak in eerste aanleg al was aangevangen bij de politierechter. Het hof oordeelde dat de raadkamer wel bevoegd was omdat de beslissing over gevangenhouding niet door het rechterlijk college op de terechtzitting wordt genomen.

Het hof stelde vast dat de uitbreiding van de voorlopige hechtenis met nieuwe feiten na betekening van de dagvaarding in eerste aanleg in strijd is met artikel 67b lid 3 WvSv, waardoor dat deel van de beschikking wordt vernietigd. Voor de overige gronden van de gevangenhouding bleven de omstandigheden onverminderd van kracht, zodat het hof de beschikking in zoverre bevestigde.

De uitspraak verduidelijkt de grenzen van de bevoegdheid van de raadkamer bij vorderingen tot gevangenhouding na aanvang van de behandeling in eerste aanleg en bevestigt het verbod op uitbreiding van de feiten na dagvaarding. Hiermee wordt de rechtsbescherming van verdachte gewaarborgd binnen het voorlopige hechtenisproces.

Uitkomst: De beschikking tot gevangenhouding wordt bevestigd behalve voor de uitbreiding van feiten na dagvaarding, die wordt vernietigd; de raadkamer is bevoegd ondanks aanvang behandeling eerste aanleg.

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem
pkn: 05-721954-11
avnr: 000808- 02
Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door
[Verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in het huis van bewaring te Arnhem.
Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te Arnhem van 28 juni 2012, houdende het bevel tot gevangenhouding van verdachte alsmede toewijzing van de nadere vordering gevangenhouding.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr B.J. Schadd, advocaat te Nijmegen, in raadkamer van heden.
Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 29 juni 2012.
OVERWEGINGEN:
De raadkamer van de rechtbank heeft bij beschikking van 15 juni 2012 de bij beschikking van
22 december door de rechter-commissaris bevolen schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven, en heeft bij de voormelde bestreden beschikking de gevangenhouding bevolen. De raadsman heeft tijdens de behandeling in raadkamer van het hof betoogd dat de raadkamer van de rechtbank niet bevoegd was tot behandeling van de vordering gevangenhouding nu de behandeling van de strafzaak tegen verdachte in eerste aanleg ter terechtzitting van de politierechter al op 10 mei 2012 was aangevangen. In zijn visie was in deze situatie alleen de rechter ter terechtzitting bevoegd te beslissen.
Ingevolge artikel 21, lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (WvSv) geschiedt de behandeling door de raadkamer evenwel in alle gevallen waarin niet de beslissing door het rechterlijk college op de terechtzitting is voorgeschreven of aldaar ambtshalve wordt genomen. Nu de beslissing op de vordering gevangenhouding door de rechter ter terechtzitting niet is voorgeschreven in hiervoor bedoelde zin, is het hof -met de advocaat-generaal- van oordeel dat de raadkamer van de rechtbank bevoegd was. Het verweer wordt verworpen.
Het hof stelt voorts vast dat de raadkamer van de rechtbank de nadere vordering gevangenhouding van 28 juni 2012 ten onrechte heeft toegewezen, reeds nu uitbreiding van de in het bevel voorlopige hechtenis omschreven feiten nà het betekenen van de dagvaarding in eerste aanleg, afstuit op het in artikel 67b lid 3 WvSv neergelegde verbod. De beschikking dient in zoverre te worden vernietigd.
Het hof is na onderzoek gebleken dat de gronden waarop de rechtbank het bevel tot gevangenhouding van verdachte overigens heeft gegeven ook thans nog bestaan, zodat de beschikking van de rechtbank in zoverre met overneming van de gronden dient te worden bevestigd.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a, 67b en 71 van het WvSv.
BESLISSING:
- Het hof vernietigt de beschikking waarvan beroep, voor zover daarin is bepaald dat de voorlopige
hechtenis ook van toepassing is voor de feiten zoals omschreven in de nadere vordering tot
gevangenhouding
- Het hof bevestigt voor het overige de beschikking waarvan beroep.
Aldus gegeven op 11 juli 2012 door mrs A.W.M. Elders, voorzitter, R.W. van Zuijlen en
P. van Kesteren, raadsheren, in tegenwoordigheid van Y.E. van Dorst, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.