ECLI:NL:GHARN:2012:BX2664
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vorderingen ex-echtgenote inzake leningen en overwaarde woning na echtscheiding
Partijen zijn in 1989 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen en een periodiek verrekenbeding dat niet werd nageleefd. Na hun echtscheiding in 2008 vorderde de ex-echtgenote terugbetaling van leningen en betaling van overwaarde van de voormalige echtelijke woning.
De rechtbank wees deze vorderingen af wegens gebrek aan onderbouwing. De ex-echtgenote stelde dat zij leningen had verstrekt aan de onderneming van haar ex-echtgenoot, maar het hof oordeelde dat deze vorderingen verjaard waren omdat zij niet tijdig waren gestuit.
Verder stelde zij aanspraak te maken op de helft van de overwaarde van de woning, maar het hof vond dat rentebetalingen niet tot vermogensvorming behoren en dat geen bewijs was geleverd van aflossing uit ongedeeld vermogen. De economische eigendom van de woning was door de ex-echtgenoot van zijn moeder verkregen onder voorwaarden die niet waren nagekomen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de ex-echtgenote af wegens verjaring en onvoldoende onderbouwing.