ECLI:NL:GHARN:2012:BX8221
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag BPM wegens ontbreken doorschuifverklaring bij wijziging tenaamstelling bestelauto
Belanghebbende, ondernemer en medeoprichter van een vennootschap onder firma, had een bestelauto die op zijn naam stond met vrijstelling van BPM. Bij wijziging van de tenaamstelling op 31 december 2009 naar zijn echtgenote en vervolgens overdracht aan een autobedrijf, stelde de Inspecteur een naheffingsaanslag BPM en boete vast omdat de verplichte doorschuifverklaring ontbrak.
Belanghebbende voerde aan dat de doorschuifregeling van toepassing was omdat de bestelauto bedrijfsmatig werd overgedragen en nadien alsnog verklaringen werden overgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigde dit oordeel na hoger beroep.
Het Hof oordeelde dat op het moment van de tenaamstellingwijziging een doorschuifverklaring in de administratie had moeten zijn opgenomen, zoals voorgeschreven in artikel 13a, vierde lid van de Wet BPM en artikel 1a van het Uitvoeringsbesluit. Het ontbreken hiervan maakt toepassing van de regeling onmogelijk, ook al werd later alsnog een verklaring overgelegd.
De hoogte van de naheffingsaanslag stond niet ter discussie. Het Hof wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 18 september 2012 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffingsaanslag BPM en boete wegens het ontbreken van een verplichte doorschuifverklaring bij de tenaamstellingwijziging van de bestelauto.