ECLI:NL:GHARN:2012:BX9128
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- L. Janse
- K.M. Makkinga
- W. Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt tekortkoming aannemer en matigt boete wegens late oplevering elektro-installatie
In deze civiele zaak stond centraal of de aannemer, die elektro-installaties aanlegde voor een nieuwbouwproject van HG, tekort was geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Het geschil betrof met name de vraag of de aannemer de verdeelkast OVK-1 met twee hoofdschakelaars 400A en bijbehorende eindgroepen conform de opdracht had moeten plaatsen. Het hof bevestigde dat de aannemer tekort was geschoten omdat zij niet voldeed aan de opdrachtbevestiging en onvoldoende bewijs leverde dat zij met toestemming van HG handelde.
De aannemer stelde dat de elektriciteitsbehoefte slechts een stelpost was en dat zij in overleg met HG had gehandeld, maar het hof verwierp deze stellingen. Ook was geen sprake van oplevering in juridische zin, omdat het werk niet volledig was afgerond en HG de productieruimte niet kon gebruiken voor het beoogde doel. Het boetebeding werd toegepast omdat de aannemer niet tijdig had opgeleverd, maar het hof matigde de boete tot de helft wegens billijkheid, mede omdat de aannemer de boete zonder tegenprestatie had aanvaard en HG geen schade nader had onderbouwd.
Verder oordeelde het hof dat HG geen recht had op vergoeding van buitengerechtelijke kosten en handelsrente over het boetebedrag, omdat de aannemer in verzuim was en HG haar betalingsverplichting bevoegdelijk had opgeschort. De aannemer mocht geen meerwerk in rekening brengen voor werkzaamheden die onder de oorspronkelijke opdracht vielen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde partijen tot wederzijdse betaling van aangepaste bedragen, met compensatie van proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt tekortkoming van de aannemer, matigt de boete tot €24.750 en wijst wederzijdse betalingsverplichtingen toe.