ECLI:NL:GHARN:2012:BY2304
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- E.B. Knottnerus
- G.P.M. van den Dungen
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering op grond van artikel 7:628a BW voor mortuarium medewerkster met vooraf vastgesteld rooster
Een mortuarium medewerkster verrichtte haar werkzaamheden op basis van een vooraf opgesteld rooster met een repeterend patroon van dag- en nachtdiensten en vrije dagen. Zij ontving een vaste maandelijkse vergoeding voor haar werkzaamheden en beschikbaarheid, plus een vergoeding per verrichte handeling. De medewerkster vorderde loon op grond van artikel 7:628a BW, dat een minimumloon voor oproepkrachten regelt.
Het hof oordeelde dat de eerste situatie van artikel 7:628a BW, waarbij minder dan 15 uur per week is afgesproken en de werktijden niet vastliggen, hier niet van toepassing is. De arbeidsomvang was voldoende duidelijk vastgelegd in het rooster, ondanks dat de exacte werktijden per dag niet vooraf stonden vast. Dit was passend gezien de aard van de werkzaamheden die afhankelijk zijn van overlijden.
De medewerkster had onvoldoende gesteld dat zij steeds minder dan drie uur per oproep werkte. Haar berekening van de vordering was gebaseerd op theoretische aannames zonder inzicht in de daadwerkelijke duur van haar handelingen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en wees de loonvordering af.
Uitkomst: De loonvordering op grond van artikel 7:628a BW wordt afgewezen omdat de arbeidsomvang en beschikbaarheid voldoende duidelijk waren vastgelegd.