ECLI:NL:GHARN:2012:BY2367
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige uitsluiting apotheek bij nieuw gezondheidscentrum in strijd met Geneesmiddelenbesluit
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of geïntimeerden onrechtmatig jegens de Apotheek hadden gehandeld door haar uit te sluiten van deelname in het nieuwe gezondheidscentrum (MFC) te [plaats]. De Apotheek stelde dat zij onterecht was uitgesloten en dat de samenwerking tussen de huisartsen en andere apotheken in strijd was met artikel 11 van Pro het Geneesmiddelenbesluit.
Het hof oordeelde dat de norm van artikel 11 Geneesmiddelenbesluit Pro primair de volksgezondheid beschermt en niet het individuele belang van de Apotheek. Er was geen sprake van een nietige samenwerkingsovereenkomst. De Apotheek had onvoldoende onderbouwd dat de contractsvrijheid van geïntimeerden moest wijken voor haar belangen. Ook de stelling dat er slechts ruimte is voor één volwaardige apotheek in [plaats] en dat uitsluiting tot volledige concurrentieuitschakeling leidde, werd verworpen.
Verder was er geen bewijs van een vertrouwensbreuk die het beëindigen van de samenwerking met de Apotheek zou rechtvaardigen, maar zelfs zonder die breuk stond het geïntimeerden vrij een andere apotheek te kiezen. De Apotheek had onvoldoende bewijs geleverd voor haar vorderingen, waaronder een onduidelijke factuur. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Utrecht en veroordeelde de Apotheek in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de grieven van de Apotheek af, waarmee haar uitsluiting uit het MFC rechtmatig is.