ECLI:NL:GHARN:2012:BY4309
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opschorting partneralimentatie wegens samenwoning vrouw
De vrouw kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Zutphen die de man toestond zijn verplichting tot betaling van partneralimentatie voorlopig op te schorten. De man had aangevoerd dat zijn alimentatieplicht was geëindigd omdat de vrouw samenwoonde met een ander als ware zij gehuwd, zoals bedoeld in artikel 1:160 BW Pro.
De rechtbank had de man toegestaan bewijs te leveren van deze samenwoning en de betaling van alimentatie opgeschort voor de duur van de procedure. Het hof oordeelde echter dat het hoger beroep ontvankelijk was en dat de rechtbank te terughoudend was geweest met het toewijzen van de voorlopige voorziening.
Het hof stelde dat voor het treffen van een voorlopige voorziening met grote mate van waarschijnlijkheid moet worden vastgesteld dat de rechter ten gronde het verzoek zal toewijzen. Nu de man nog geen bewijs had geleverd en de vrouw het subsidiaire verzoek gemotiveerd betwistte, kon het hof niet aannemen dat de betalingsverplichting zou vervallen.
Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank voor zover deze de opschorting van de betalingsverplichting betrof en wees het verzoek van de man af. De alimentatiebetaling blijft dus ongewijzigd gedurende de procedure.
De procedure betrof een echtscheiding waarbij de man maandelijks een bedrag aan de vrouw betaalde, met een geschil over de beëindiging van die verplichting wegens samenwoning van de vrouw met een ander.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man af om de partneralimentatie tijdelijk op te schorten wegens onvoldoende bewijs van samenwoning van de vrouw.