ECLI:NL:GHARN:2012:BY4677
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R.A.V. Boxem
- J.P.M. Kooijmans
- P. Eringa
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontvankelijkheid bezwaar en voortvarendheid bij navorderingsaanslag vermogensbelasting
Belanghebbende stelde bezwaar in tegen een navorderingsaanslag vermogensbelasting 2000, gebaseerd op een vaststellingsovereenkomst over correcties van inkomsten- en vermogensbelasting over de jaren 1995-2001. De Rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep deels af. Belanghebbende ging in hoger beroep.
Het Hof oordeelde dat het voorbehoud in de vaststellingsovereenkomst geen prematuur bezwaar vormde en dat het daadwerkelijke bezwaar pas met de brief van 16 juli 2010 is ingediend, na het verstrijken van de bezwaartermijn. Belanghebbende kon niet verschoonbaar dwalen over de termijnoverschrijding, mede omdat hij werd vertegenwoordigd door een professionele adviseur.
Verder stelde het Hof dat de inspecteur voldoende voortvarend had gehandeld bij het opleggen van de navorderingsaanslag, ondanks een tijdsverloop van ruim vier maanden tussen ontvangst van de vaststellingsovereenkomst en het opleggen van de aanslag. Het Hof vernietigde het oordeel van de Rechtbank over onbevoegdheid ten aanzien van de vaststellingsovereenkomst, maar dit had geen gevolgen voor de instandhouding van de navorderingsaanslag. Het incidentele hoger beroep van de inspecteur werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de navorderingsaanslag vermogensbelasting 2000 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.