ECLI:NL:GHARN:2012:BY8703
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.L. van der Beek
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- A.J.H. Blaisse-Ozinga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen voorlopige voogdij wegens gebrek aan procesbekwaamheid minderjarige
In deze zaak ging het om het hoger beroep van verzoekster tegen een beschikking van de rechtbank Almelo die de stichting belastte met de voorlopige voogdij over haar. De raad had het verzoek tot voorlopige voogdij ingediend nadat verzoekster was opgenomen in een justitiële inrichting.
Het hof onderzocht eerst de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, waarbij het begrip gewone verblijfplaats centraal stond. Gelet op de omstandigheden kon de gewone verblijfplaats van verzoekster niet worden vastgesteld, maar aangezien zij zich in Nederland bevond, was de Nederlandse rechter bevoegd.
Vervolgens werd beoordeeld welk recht van toepassing was; het Haags Kinderbeschermingsverdrag bepaalde dat Nederlands recht van toepassing is. Ten slotte oordeelde het hof dat verzoekster als minderjarige niet zelfstandig hoger beroep kan instellen zonder een bijzonder curator, en verklaarde haar daarom niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens gebrek aan procesbekwaamheid als minderjarige.