Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
- dat tussen de verdachte en zijn buurman [slachtoffer] vóór hun huizen een vechtpartij is ontstaan waarbij over en weer werd geslagen;
- dat de echtgenote van [slachtoffer] - mevrouw [vrouw slachtoffer] – op enig moment naar buiten kwam en de verdachte meermalen met een golfparaplu tegen zijn hoofd sloeg, terwijl [slachtoffer] de verdachte weer beetpakte en/of aan hem hing;
- dat dit (gezamenlijk) handelen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanval vormde waartegen verdediging geboden was en dat hierdoor bij de verdachte tevens –mede als gevolg van een in het verleden opgelopen hoofdletsel en daarmee gepaard gaand trauma- een hevige gemoedsbeweging ontstond;
- dat de verdachte een zakmes tevoorschijn heeft gehaald, dit heeft geopend en ter hand heeft genomen;
- dat hij zich ter noodzakelijke verdediging van zijn lijf met een van de instrumenten van het zakmes heeft verweerd tegen de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanval door [slachtoffer] en zijn vrouw en dat hij daarbij [slachtoffer] heeft geraakt in het gezicht.
Poging tot zware mishandeling.
BESLISSING
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
7 (zeven) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.