ECLI:NL:GHDHA:2013:2403
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.L.J. van Strien
- G. Knobbout
- M. Kessler
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs woninginbraak
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplichtigheid aan een woninginbraak in Gouda waarbij onder meer sieraden en een bankpasje werden weggenomen. In hoger beroep heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken. Het hof hechtte geloof aan de verklaring van de verdachte dat zij geen opzet had op de gepleegde woninginbraak.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte de inbraak heeft medegepleegd of daaraan medeplichtig is geweest. De advocaat-generaal had nog gevorderd om de verdachte vrij te spreken voor het primair ten laste gelegde en haar te veroordelen voor het subsidiair ten laste gelegde tot een voorwaardelijke gevangenisstraf, maar het hof volgde dit niet.
De zaak betrof een woninginbraak gepleegd in de periode van 20 tot 21 februari 2012 te Gouda, waarbij sprake was van wederrechtelijke toe-eigening van diverse goederen. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met proeftijd. Na vernietiging van het vonnis sprak het hof de verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.
Het arrest werd uitgesproken op 5 juli 2013 door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag. De uitspraak benadrukt het belang van wettig en overtuigend bewijs voor veroordeling en bevestigt het recht op een eerlijk proces.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor medeplichtigheid en medeplegen van woninginbraak.