ECLI:NL:GHDHA:2013:2403

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
5 juli 2013
Publicatiedatum
10 juli 2013
Zaaknummer
22005144-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs woninginbraak

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplichtigheid aan een woninginbraak in Gouda waarbij onder meer sieraden en een bankpasje werden weggenomen. In hoger beroep heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken. Het hof hechtte geloof aan de verklaring van de verdachte dat zij geen opzet had op de gepleegde woninginbraak.

Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte de inbraak heeft medegepleegd of daaraan medeplichtig is geweest. De advocaat-generaal had nog gevorderd om de verdachte vrij te spreken voor het primair ten laste gelegde en haar te veroordelen voor het subsidiair ten laste gelegde tot een voorwaardelijke gevangenisstraf, maar het hof volgde dit niet.

De zaak betrof een woninginbraak gepleegd in de periode van 20 tot 21 februari 2012 te Gouda, waarbij sprake was van wederrechtelijke toe-eigening van diverse goederen. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met proeftijd. Na vernietiging van het vonnis sprak het hof de verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.

Het arrest werd uitgesproken op 5 juli 2013 door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag. De uitspraak benadrukt het belang van wettig en overtuigend bewijs voor veroordeling en bevestigt het recht op een eerlijk proces.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor medeplichtigheid en medeplegen van woninginbraak.

Uitspraak

PROMIS
Rolnummer: 22-005144-12
Parketnummer: 09-720797-12
Datum uitspraak: 5 juli 2013
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

Meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van
26 oktober 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 21 juni 2013.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dat de verdachte van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en dat zij ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes weken, met een proeftijd van twee jaren.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij in of omstreeks de periode van 20 februari 2012 tot en met 21 februari 2012 te Gouda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen op of aan het [adres] heeft weggenomen een bankpasje en/of een doosje met trouwringen en/of een broche en/of een bos sleutels en/of een of meer ander(e) goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde(n)], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik te hebben gebracht door een ruit van die woning in te slaan/gooien, althans te verbreken;
subsidiair:
[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 20 februari 2012 tot en met 21 februari 2012 te Gouda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen op of aan het [adres] heeft weggenomen een bankpasje en/of een doosje met trouwringen en/of een broche en/of een bos sleutels en/of een of meer ander(e) goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde(n)], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of haar mededader(s) en/of aan verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik te hebben gebracht door een ruit van die woning in te slaan/gooien, althans te verbreken, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 20 februari 2012 tot en met 21 februari 2012 te Gouda en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar opzettelijk in en/of nabij die woning op de uitkijk te gaan staan, teneinde die
[medeverdachte] en/of haar mededader(s) bij gevaar voor betrapping van haar/hun misdrijf, te waarschwuen.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
Het hof hecht geloof aan de ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte afgelegde verklaring, die in de kern inhoudt dat zij geen opzet heeft gehad op de door haar medeverdachte gepleegde woninginbraak.
Naar het oordeel van het hof is gelet daarop niet wettig en overtuigend bewezen dat zij deze inbraak heeft medegepleegd, noch dat zij daaraan medeplichtig is geweest. Daarom zal de verdachte van het primair en het subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. A.L.J. van Strien,
mr. G. Knobbout en mr. M. Kessler, in bijzijn van de griffier mr. W.R. van Hattum.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 juli 2013.
mr. Kessler is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.