ECLI:NL:GHDHA:2013:2470
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte beroepsmatige hennepteelt en deelneming criminele organisatie
Het gerechtshof Den Haag heeft op 11 juli 2013 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Dordrecht van 26 april 2011. De verdachte, een besloten vennootschap, werd verdacht van beroepsmatige hennepteelt en deelname aan een criminele organisatie in de periode van mei 2007 tot januari 2010 op diverse locaties in Nederland.
In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken, maar het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. De aanwezigheid van hennepplantjes in een afvalbak op een voor iedereen toegankelijk terrein werd niet als bewijs gezien, omdat het niet aannemelijk is dat afval van de hennepteelt daar bewust werd weggegooid.
Verder is wel een werkrelatie vastgesteld tussen de verdachte en een medeverdachte rechtspersoon, maar er is geen bewijs dat deze relatie gericht was op strafbare feiten. Het hof concludeert dat er geen samenwerkingsverband bestond zoals bedoeld in artikel 140 van Pro het Wetboek van Strafrecht en bevestigt daarmee de vrijspraak van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van beroepsmatige hennepteelt en deelname aan een criminele organisatie wegens onvoldoende bewijs.