ECLI:NL:GHDHA:2013:2519
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontruimingsvordering wegens beëindiging medegebruik dienstwoning
In deze civiele kort gedingprocedure vordert geïntimeerde dat appellante de dienstwoning uiterlijk per 1 mei 2011 ontruimt, terwijl appellante zich beroept op huurbescherming en een tegenvordering tot vertrek van geïntimeerde en schadevergoeding indient.
De voorzieningenrechter wijst de vordering van geïntimeerde toe en wijst de vordering van appellante af. In hoger beroep betwist appellante het spoedeisend belang, de kwalificatie van de gebruiksovereenkomst, de redelijkheid van de opzegtermijn en de noodzaak van dwangsommen.
Het hof oordeelt dat het spoedeisend belang terecht is aangenomen, dat appellante geen zelfstandige huurrechtspositie heeft omdat zij geen directe rechtsverhouding met de verhuurder heeft, en dat de opzegtermijn van vier maanden redelijk is. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen onrechtmatige situatie bestaat. Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellante in de kosten.
Uitkomst: Appellante moet de dienstwoning verlaten en haar schadevordering wordt afgewezen.