Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Gerechtshof Den Haag
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is de verdachte verdacht van het doen van een valse aangifte van winkeldiefstal in vereniging op of omstreeks 20 augustus 2011 te 's-Gravenhage. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.
Het hof heeft het dossier en de zitting van 20 juni 2013 bestudeerd, waarbij de advocaat-generaal een veroordeling tot een taakstraf van 62 uren vorderde. De verdachte betwistte de tenlastelegging en stelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat hij wist dat het strafbare feit niet had plaatsgevonden.
Het hof oordeelt dat het niet is komen vast te staan dat de verdachte op het moment van de aangifte bewust onwaarheden heeft verklaard. Omdat dit een vereiste is voor een veroordeling op grond van artikel 188 Sr Pro, verklaart het hof het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte vrij. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij bewust een valse aangifte deed.