ECLI:NL:GHDHA:2013:2619

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
4 juli 2013
Publicatiedatum
17 juli 2013
Zaaknummer
22-003967-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 188 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valsheid in aangifte winkel(diefstal)

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is de verdachte verdacht van het doen van een valse aangifte van winkeldiefstal in vereniging op of omstreeks 20 augustus 2011 te 's-Gravenhage. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Het hof heeft het dossier en de zitting van 20 juni 2013 bestudeerd, waarbij de advocaat-generaal een veroordeling tot een taakstraf van 62 uren vorderde. De verdachte betwistte de tenlastelegging en stelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat hij wist dat het strafbare feit niet had plaatsgevonden.

Het hof oordeelt dat het niet is komen vast te staan dat de verdachte op het moment van de aangifte bewust onwaarheden heeft verklaard. Omdat dit een vereiste is voor een veroordeling op grond van artikel 188 Sr Pro, verklaart het hof het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte vrij. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij bewust een valse aangifte deed.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003967-12
Parketnummer: 09-277043-11
Datum uitspraak: 4 juli 2013
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 16 augustus 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortejaar] 1986,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 20 juni 2013.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 62 uren, subsidiair 31 dagen hechtenis.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 20 augustus 2011 te 's-Gravenhage aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van [politieagent], agent van de politie Haaglanden opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van (winkel)diefstal in vereniging immers heeft hij, verdachte, in zijn aangifte en/of ten overstaan van voornoemde opsporingsambtenaar [politieagent], verklaard dat - [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] meerdere, althans één of meer, kledingstuk(ken) pakte(n) en/of (vervolgens) hiermee het pashokje betrad(en) en/of (vervolgens) het pashokje verliet(en) zonder die/dat kledingstuk(ken) en/of (vervolgens) met medeneming van die/dat kledingstuk(ken) en/of zonder te betalen de winkel (Peek&Cloppenburg) verliet(en)
- [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] buiten de winkel heeft aangehouden en/of (vervolgens) nadat hij, verdachte, [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] om toestemming vroeg om in zijn/hun tas te kijken en/of (vervolgens) kreeg, hij, verdachte, één of meerdere kledingstuk(ken), voorzien van alarmlabel(s) en/of prijskaartje(s), aantrof;
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
Het openbaar ministerie heeft er blijkens de ten laste legging uitdrukkelijk voor gekozen om de verdachte te vervolgen in het kader van artikel 188 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het hof constateert dat aan de verdachte geen valsheid in geschrift is ten laste gelegd. Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en hetgeen ter terechtzitting is verhandeld, kan naar het oordeel van het hof echter niet worden vastgesteld dat de verdachte op het moment van het doen van de aangifte wist dat er geen strafbaar feit was gepleegd, hetgeen een voorwaarde vormt voor een geslaagde vervolging op grond van artikel 188 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Nu dit naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend is bewezen dient de verdachte te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezendat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar, mr. C.J. van der Wilt en mr. P.J. Wurzer, in bijzijn van de griffier mr. F.L.C. Schoolderman.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 4 juli 2013.
Mr. P.J. Wurzer is buiten staat dit arrest te ondertekenen.