ECLI:NL:GHDHA:2013:2621
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- N. Schaar
- T.W.H.E. Schmitz
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in Heineken-zaak
In deze zaak stond de ontnemingsvordering van het openbaar ministerie centraal, waarin werd geëist dat de veroordeelde een bedrag van € 2.334.584,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat zou betalen. Dit volgde op een eerdere veroordeling voor medeplegen van witwassen.
Tijdens het hoger beroep bracht het hof naar voren dat er een civielrechtelijk vonnis was gewezen op 9 november 2011, waarbij Heineken Nederland B.V. een bedrag van € 2.557.205,04 plus rente en kosten aan de veroordeelde had toegewezen. Dit vonnis was onherroepelijk geworden en was aan de veroordeelde betekend.
Gezien artikel 36e, achtste lid, van het Wetboek van Strafrecht, moest het civielrechtelijk toegewezen bedrag in mindering worden gebracht op de strafrechtelijke ontnemingsvordering. Omdat het civielrechtelijke bedrag hoger was dan de ontnemingsvordering, besloot het hof de vordering van het openbaar ministerie af te wijzen.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht door de ontnemingsvordering af te wijzen. De uitspraak werd gedaan door mr. N. Schaar, mr. T.W.H.E. Schmitz en mr. H. van den Heuvel op 20 juni 2013.
Uitkomst: De vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen.