ECLI:NL:GHDHA:2013:2641
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- I.E. de Vries
- J.M. van de Poll
- M. Moussault
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken actuele bedreiging bij ongewenstverklaring vreemdeling
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens verblijf als ongewenst vreemdeling op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. In hoger beroep stelde het hof vast dat de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde feit in het bezit was van een duurzame verblijfskaart als familielid van een EU-burger, waardoor de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing was, maar wel Richtlijn 2004/38/EG.
Op grond van deze richtlijn kan de vrijheid van verblijf worden beperkt om redenen van openbare orde, mits de gedragingen een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormen. Het hof concludeerde dat uit het dossier niet bleek dat de verdachte op het moment van aanhouding een dergelijke bedreiging vormde, mede gelet op het ontbreken van recente strafbare feiten.
Daarom kon de eerder opgelegde maatregel van ongewenstverklaring niet worden gehandhaafd. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij, omdat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet is vastgesteld dat hij een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormde voor de Nederlandse samenleving.