In deze zaak staat de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van twee minderjarige kinderen uit verschillende relaties centraal. De vader was in eerste aanleg niet geslaagd in zijn verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie. Hij ging hiertegen in hoger beroep, waarbij de moeder tevens incidenteel hoger beroep instelde.
Het hof baseert zich op de vastgestelde feiten van de rechtbank en beoordeelt de draagkracht van de vader aan de hand van zijn bruto jaarinkomen, verminderd met fiscale bijtelling en rekening houdend met diverse maandlasten zoals hypotheekrente, levensverzekering, zorgverzekering, kinderopvang, omgangskosten en aflossingen. De draagkracht wordt verdeeld over vier kinderen, inclusief die uit zijn huidige gezin.
Het hof oordeelt dat een bijdrage van €219 per maand per kind, inclusief fiscaal voordeel, passend is en dat de vader geen terugbetaling hoeft te doen van eventueel teveel betaalde alimentatie sinds 4 april 2012. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De bestreden beschikking wordt vernietigd voor zover het hof daartoe oordeelt en opnieuw vastgesteld.