Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 2 juli 2013
Het geding
Beoordeling in hoger beroep
- Partijen zijn gewezen echtelieden. De echtscheidingbeschikking is op 7 oktober 2004 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
- Over de periode van 2002 tot aan de inschrijvingsdatum van de echtscheidingsbeschikking gold tussen partijen een tijdelijke financiële regeling, waarvan uitgangspunt was de man alle variabele lasten zou voldoen en de vrouw de rekeningen aan de man zo doorgeleiden. Dit uitgangspunt is aldus uitgewerkt dat partijen een aantal vaste lasten hebben begroot op vaste bedragen en dat de man de door partijen niet begrote variabele lasten apart zou voldoen.
- Over de periode ingaande 7 oktober 2004 gold een alimentatie voor de kinderen als bepaald door de rechtbank in de echtscheidingbeschikking en een alimentatie voor de vrouw als bepaald in de beschikking van dit hof van 27 juli 2005.
- De vrouw heeft een verklaring voor recht gevorderd voor wat betreft de omvang van de achterstallige alimentatie; de man beroept zich op een aantal verrekenposten, welke met name hun grondslag vinden in ongerechtvaardigde verrijking van de vrouw.
- De rechtbank heeft – voor zover van belang – voor recht verklaard dat de man per ultimo 2008 jegens de vrouw € 20.343,33 te weinig aan partneralimentatie had betaald.