Uitspraak
23 november 2012 van de rechtbank Rotterdam.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak stond de bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw centraal, waarbij de man een verzoek tot nihilstelling van de partneralimentatie had ingediend. De vrouw betoogde dat er geen sprake was van gewijzigde omstandigheden en dat zij nog steeds behoefte had aan een bijdrage. De man stelde dat hij sinds maart 2013 hogere woonlasten had en dat de vrouw zelf in haar levensonderhoud kon voorzien.
Het hof oordeelde dat de verhoging van de woonlasten van de man een wijziging van omstandigheden vormde. Vervolgens werd beoordeeld of de alimentatieverplichting nog aan de wettelijke maatstaven voldeed. Uit stukken bleek dat de vrouw in 2011 een inkomen van €22.113,- had en dat zij thans een arbeidsovereenkomst op afroep had met een lager inkomen, zonder voldoende onderbouwing van haar lagere huidige inkomen. Ook leverde haar dochter een bijdrage aan de huur.
Het hof concludeerde dat de vrouw geen aanvullende behoefte meer had aan partneralimentatie en stelde de alimentatie per 1 maart 2013 op nihil. De bestreden beschikking werd vernietigd en het verzoek van de man tot nihilstelling werd toegewezen, met uitzondering van andere verzoeken die werden afgewezen.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt per 1 maart 2013 op nihil gesteld wegens het ontbreken van aanvullende behoefte van de vrouw.