Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- mr. M.G. Hoogerwerf, als bijzondere curator van de na te noemen minderjarigen;
- Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland zuid te Dordrecht, hierna te noemen: Jeugdzorg.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- op 28 juni 2013 een brief van diezelfde datum met bijlagen;
- op 8 juli 2013 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de advocaat van de vader;
- mevrouw C. van Breugel namens Jeugdzorg.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
- [minderjarige sub 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en
- [minderjarige sub 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (hierna ook: de minderjarigen)
- de eerste stap is dat de vader regelmatig weer een kaart en later een briefje aan de minderjarigen kan sturen, waarop de minderjarigen kunnen reageren;
- de tweede stap is telefonisch contact van enkele minuten, uiteindelijk wekelijks, waarbij deze contacten in eerste instantie op de speaker worden begeleid;
- de derde stap is een ontmoeting tussen de vader en de minderjarigen op een neutrale plek onder begeleiding.
BEOORDELING VAN HET VERZOEK TOT SCHORSING VAN DE WERKING VANDE UITVOERBAARVERKLARING BIJ VOORRAAD VAN DE BESTREDENBESCHIKKING
- i) de verzoeker moet belang hebben bij de door hem verlangde schorsing van de tenuitvoerlegging;
- ii) bij de in het licht van de omstandigheden van het geval te verrichten afweging van de belangen van partijen moet worden nagegaan of het belang van de degene die schorsing verzoekt bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist, zwaarder weegt dan het belang van de andere partij om de door hem verkregen veroordeling direct ten uitvoer te leggen, en
- iii) bij deze belangenafweging dient de kans van slagen van het aangewende rechtsmiddel in de regel buiten beschouwing te blijven.