ECLI:NL:GHDHA:2013:2863

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2013
Publicatiedatum
30 juli 2013
Zaaknummer
200.123.419/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.E. Van Kempen
  • J. Labohm
  • M. Breederveld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:392 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging kinderalimentatie en afwijzing proceskostenveroordeling na niet verschijnen man in eerste aanleg

In deze zaak staat de vaststelling van de door de man te betalen kinderalimentatie ter discussie. De rechtbank had bepaald dat de man €300 per maand moet betalen voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De man kwam in hoger beroep en verzocht de behoefte van het kind te verlagen naar €145 per maand, stellende dat zijn netto inkomen slechts €1.200 bedroeg en dat de vrouw destijds in de schuldsanering zat.

Het hof stelde vast dat het gezamenlijke netto gezinsinkomen ongeveer €2.300 bedroeg, wat een behoefte van €320 per maand rechtvaardigt. De man voerde verder aan geen draagkracht te hebben vanwege een nul-uren contract, economische crisis en schulden, maar kon deze niet inzichtelijk maken. Het hof hield daarom geen rekening met schulden en concludeerde dat de man voldoende draagkracht heeft om €300 per maand te betalen.

De vrouw verzocht tevens om veroordeling van de man in de proceskosten, omdat hij in eerste aanleg niet was verschenen. Het hof oordeelde dat het hoger beroep ook dient om verbeteringen of aanvullingen aan te brengen zonder dat daarvoor een rechtvaardiging nodig is. Daarom wees het hof de proceskostenveroordeling af en compenseerde de kosten in hoger beroep, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

De bestreden beschikking werd daarmee bekrachtigd en de proceskostenveroordeling afgewezen.

Uitkomst: De bestreden beschikking tot betaling van €300 kinderalimentatie per maand wordt bekrachtigd en de proceskostenveroordeling afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Uitspraak : 17 juli 2013
Zaaknummer : 200.123.419/01
Rekestnummer rechtbank : FA RK 12-4228
[man],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. S. Salhi te 's-Gravenhage,
tegen
[vrouw],
wonende te [woonplaats],
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. A. Vijftigschild te Leidschendam.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De man is op 11 maart 2013 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 10 december 2012 van de rechtbank Den Haag.
De vrouw heeft op 3 mei 2013 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
van de zijde van de man:
  • op 20 maart 2013 een brief van 18 maart 2013 met bijlagen,
  • op 3 april 2013 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen;
  • op 22 mei 2013 een V-formulier met bijlagen;
  • op 24 mei 2013 een brief van 22 mei 2013 met bijlagen;
van de zijde van de vrouw:
- op 28 mei 2013 een brief van 24 mei 2013 met bijlagen.
De zaak is op 31 mei 2013 mondeling behandeld.
Ter zitting waren aanwezig:
  • de man, bijgestaan door mr H. Devkinandan-Premchand, kantoorgenote van haar advocaat;
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking is - uitvoerbaar bij voorraad – de door de man met ingang van 7 juni 2012 te betalen bijdrage ter voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de na te noemen minderjarige bepaald op € 300,- per maand telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de door de man te betalen bijdrage ter voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding (hierna ook: kinderalimentatie) van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (hierna: de minderjarige).
2.
De man verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het verzoek van de vrouw om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige alsnog af te wijzen en de behoefte van de minderjarige vast te stellen op € 145,- per maand. Kosten rechtens.
3.
De vrouw bestrijdt het beroep en verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen en de man te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Behoefte

4.
De man stelt dat de rechtbank de behoefte van de minderjarige ten onrechte heeft vastgesteld op een bedrag van € 300,- per maand. Hij voert daartoe aan dat de vrouw destijds in de schuldsanering zat en dat zijn inkomen € 1.200,- netto per maand bedroeg. Bij een netto gezinsinkomen van € 1.200,- per maand bedraagt het eigen aandeel ouders in de kosten van het kind (hierna verder: de behoefte) € 145,- per maand.
5.
Hoewel de vrouw in eerste aanleg een kinderalimentatie heeft verzocht van € 300,- per maand, heeft zij zich niet uitgelaten over de hoogte van de behoefte van de minderjarige. Het hof overweegt als volgt. Ter zitting is onbestreden komen vast te staan dat het inkomen van de man ten tijde van de samenwoning omstreeks € 1.200,- netto per maand bedroeg. Ten tijde van de samenwoning was op de vrouw de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen van toepassing en bedroeg het netto inkomen waarover de vrouw kon beschikken omstreeks € 1.100,- per maand. Het netto gezinsinkomen van partijen bedroeg aldus € 2.300,- netto per maand. Aan de hand van de tabel kosten kinderen kan de behoefte van de minderjarige derhalve worden vastgesteld op € 320,- per maand.

Draagkracht

6.
De man stelt voorts dat hij geen draagkracht heeft om enig bedrag aan kinderalimentatie te betalen. De man werkt als verhuizer op basis van een nul-uren contract. Als gevolg van de economische crisis zijn er minder opdrachten waardoor de man weinig werk heeft. Voorts heeft de man een aantal schulden waarop hij aflost. De vrouw bestrijdt het gebrek aan draagkracht aan de zijde van de man.
Inkomen
7.
Het hof overweegt als volgt. Ter zitting is door de man verklaard dat de maanden januari tot en met april 2013 rustige maanden zijn geweest binnen het verhuisbedrijf waar hij werkt, maar dat er in de zomermaanden meer verhuizingen plaatsvinden waardoor de man meer zal kunnen werken en zijn inkomen derhalve ook weer zal stijgen. Het hof zal derhalve uitgaan van het jaarinkomen over 2012 nu door de man niet is gesteld dat hij dit jaar minder uren verwacht te werken dan in 2012. Het bruto jaarloon van de man over 2012 betrof € 29.289,-.
Lasten
8.
Bij het berekenen van de draagkracht zal het hof rekening houden met de volgende - onbestreden - lasten:
  • de bijstandsnorm van een alleenstaande;
  • de rente van een hypothecaire geldlening van € 6.250,- per jaar te verminderen met de woonlast, zoals opgenomen in de voor de man toepasselijke bijstandsnorm;
  • een forfait eigenaarslasten van € 95,- per maand;
  • een eigenwoningforfait van € 618,- per jaar;
  • een premie ziektekostenverzekering van € 160,- per maand te verminderen met het in de bijstandsuitkering opgenomen nominale deel van de premie.
9.
Ter zake van de door de man gestelde omgangskosten van € 88,- per maand overweegt het hof als volgt. Onbestreden staat tussen partijen vast dat de man gedurende zes dagen per maand omgang heeft met de minderjarige. Het hof gaat ter zake van de omgangskosten uit van een forfaitair bedrag van € 5,- per dag. De omgangskosten zullen derhalve worden vastgesteld op € 30,- per maand.
10.
Ter zake van de door de man gestelde schulden overweegt het hof als volgt. Een goede procesorde brengt mee dat in alimentatiezaken een duidelijk overzicht wordt geboden van de inkomsten en uitgaven en dat aan de hand van deze financiële gegevens een deugdelijke draagkrachtberekening wordt opgesteld. De man heeft weliswaar gesteld dat hij schulden heeft, doch op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt wat op dit moment de hoogte is van deze schulden en hoeveel de man hierop maandelijks aflost. Het hof zal derhalve geen rekening houden met de door de man gestelde schulden.
11.
Rekening houdend met de vorengenoemde inkomsten en uitgaven stelt het hof vast dat de man voldoende draagkracht heeft om de door de vrouw verzochte kinderalimentatie van € 300,- per maand te betalen.

Veroordeling in de proceskosten

12.
De vrouw verzoekt de man te veroordelen in de proceskosten, nu de man in eerste aanleg geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om verweer te voeren waardoor de vrouw onnodig in deze hoger beroepsprocedure is betrokken. De man heeft ter zitting gesteld dat hij in eerste aanleg veel problemen met zijn vorige advocaat heeft gehad als gevolg waarvan geen verweerschrift is ingediend.
13.
Het hof overweegt als volgt. Het hoger beroep dient niet alleen tot het bestrijden van het oordeel van de rechter in eerste aanleg, maar geeft ook de mogelijkheid tot verbetering en aanvulling van hetgeen een partij in eerste aanleg heeft gedaan of nagelaten. Daartoe behoeft in beginsel geen rechtvaardiging te bestaan. Het feit dat de man aldus in eerste aanleg heeft nagelaten verweer te voeren kan er niet zonder meer toe leiden dat de man wordt veroordeeld in de kosten van het beroep. Het hof zal het verzoek van de vrouw afwijzen en gelet op de familierechtelijke aard van de procedure de proceskosten in hoger beroep compenseren.
14.
Het vorenstaande leidt ertoe dat het hof zal beslissen als volgt.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
compenseert de proceskosten in hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Kempen, Labohm en Breederveld, bijgestaan door mr. Braat als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juli 2013.