Op 9 juli 2011 mishandelde de verdachte een vrouw door haar meerdere keren met gebalde vuisten in het gezicht te stompen, waarbij zij letsel en pijn opliep. De verdachte werd in eerste aanleg schuldig verklaard zonder strafoplegging. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan.
De verdediging voerde aan dat de verdachte uit noodweer of noodweerexces handelde, omdat een conflict ontstond nadat de verdachte een andere man aansprak op gevaarlijk rijgedrag. Het hof oordeelde echter dat de verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding door de vrouw, zodat het beroep op noodweer werd verworpen.
De verklaring van het slachtoffer werd geloofwaardig geacht en ondersteund door getuigenverklaringen en vastgestelde letselschade. Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden en het verleden van de verdachte, besloot het hof geen straf of maatregel op te leggen. Het arrest werd uitgesproken op 19 juni 2013 door het Gerechtshof Den Haag.