Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 10 september 2013
[…],
[…],
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak stond de beëindiging van een huurovereenkomst voor een snackbar in een portocabin centraal. De huurovereenkomst was aangegaan voor vijf jaar met een optie tot verlenging, en liep sinds 2004. Door een grootschalige reconstructie was de snackbar tijdelijk slecht bereikbaar, waarna de verhuurder de huur opzegde vanwege onvoldoende bedrijfsvoering en belangenafweging.
De kantonrechter oordeelde aanvankelijk dat onvoldoende was vastgesteld dat de bedrijfsvoering slecht was, maar wees de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst toe op grond van belangenafweging. Het hof bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de huurovereenkomst al tien jaar liep, dat de huurder onvoldoende investeringen had gedaan, en dat de beëindiging tijdig was aangekondigd.
Het hof nam mee dat de verhuurder de huur voor de resterende looptijd voor 50% had kwijtgescholden, wat de huurder zou helpen bij een verhuizing. Omdat de verhuurder geen goederenrechtelijke aanspraken op het perceel had en het perceel na 1 mei 2014 waarschijnlijk niet beschikbaar zou zijn, woog het belang van de verhuurder zwaarder.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en stelde vast dat de huurovereenkomst eindigt per 1 mei 2014. Tevens verklaarde het hof het arrest uitvoerbaar bij voorraad en veroordeelde de huurder in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst voor de snackbar eindigt per 1 mei 2014 en het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.