ECLI:NL:GHDHA:2013:3596
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- C.A.R.M. van Leuven
- B.P.H.M. van den Wildenberg
- E.A. Mink
- Rechtspraak.nl
Geen spoedeisend belang bij beslissing vakantieregeling zomervakantie 2014 in zorg- en contactregeling
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders over de zorg- en contactregeling voor hun minderjarige kind, met name over de vakantieregeling voor de zomervakantie van 2013 en 2014.
Het hof verwijst naar eerdere procedures en constateert dat partijen inmiddels nagenoeg volledige overeenstemming hebben bereikt over de vakantieregeling van 2013, waardoor een beslissing hierover niet langer nodig is. Voor de zomervakantie van 2014 ontbreekt volgens het hof het spoedeisend belang om nu een uitspraak te doen, mede omdat partijen via een AMK-traject een ouderschapsplan zullen opstellen.
De vrouw verzocht om opheffing van de dwangsombepaling die was opgelegd bij de eerdere uitspraak. Het hof oordeelt dat deze dwangsombepaling in het verleden een nuttige functie heeft gehad, maar door de bereikte overeenstemming zijn doel heeft verloren. Daarom wordt de termijn waarbinnen dwangsommen kunnen worden verbeurd beperkt tot heden. Ten aanzien van de proceskosten bepaalt het hof dat iedere partij haar eigen kosten draagt, gezien de familiebanden en de bereikte overeenstemming.
Uitkomst: De termijn van de dwangsombepaling wordt beperkt tot heden; overige bepalingen worden bekrachtigd en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.