ECLI:NL:GHDHA:2013:3697
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Labohm
- Kamminga
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis nakoming omgangsregeling en afwijzing opschorting alimentatieplicht
In deze zaak stond de nakoming van een omgangsregeling tussen de man en zijn minderjarige dochter centraal. De vrouw, ex-partner van de man, was het niet eens met de beslissing van de voorzieningenrechter die haar verplichtte medewerking te verlenen aan de omgangsregeling. Zij stelde dat er feiten en omstandigheden waren die opschorting van de omgang rechtvaardigden, maar het hof oordeelde dat deze niet voldoende waren.
Het hof benadrukte het spoedeisend karakter van de procedure en stelde vast dat de vrouw geen nieuwe feiten had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden dan de voorzieningenrechter. De dwangsom die was opgelegd wegens niet-nakoming van de omgangsregeling werd door het hof als terecht beschouwd.
Verder oordeelde het hof dat het ontbreken van omgang geen reden is voor de man om zijn onderhoudsverplichting jegens de minderjarige op te schorten. De vrouw had onvoldoende gesteld om een contactverbod te rechtvaardigen. Het hof compenseerde de proceskosten door ieder partij zijn eigen kosten te laten dragen en bekrachtigde het bestreden vonnis.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat nakoming van de omgangsregeling vereist en wijst de opschorting van de alimentatieplicht af.