ECLI:NL:GHDHA:2013:3702
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Lückers
- Labohm
- van Leuven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging begeleide contactregeling tussen minderjarige en moeder onder begeleiding Stichting MEE
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter inzake de contactregeling met haar minderjarige zoon. Zij betwist de verplichting tot begeleiding door Stichting MEE, omdat zij geen verstandelijke beperking heeft en het intakegesprek als vernederend ervaarde. De vader en het hof stellen dat begeleiding door Stichting MEE in het belang van de minderjarige is vanwege diens ontwikkelingsachterstand en eerdere ervaringen.
Het hof overweegt dat de contactregeling van 12 januari 2011 nagekomen moet worden, tenzij nieuwe feiten of omstandigheden dit in het belang van het kind verhinderen. Uit correspondentie blijkt dat de moeder door het Omgangshuis naar Stichting MEE is doorverwezen en dat het vermoeden bestaat dat zij begeleiding nodig heeft. De vader vertrouwt niet meer op begeleiding door een andere instantie dan Stichting MEE.
Het hof oordeelt dat het belang van de minderjarige prevaleert boven de bezwaren van de moeder en bevestigt het vonnis van de voorzieningenrechter. De vader wordt geacht medewerking te verlenen aan de contactregeling onder begeleiding van Stichting MEE. Kostenveroordelingen worden niet toegewezen vanwege de familierechtelijke aard van de procedure.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt de begeleiding van de contactregeling door Stichting MEE.