ECLI:NL:GHDHA:2013:4025

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
17 september 2013
Publicatiedatum
31 oktober 2013
Zaaknummer
200.091.687
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • A.L.G.A. Stille
  • H.P.Ch. van Dijk
  • Burgers-Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 198 lid 2 RvArt. 195 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot deskundigenonderzoek naar eigen vermogensbijdrage man aan woning vrouw

In deze civiele zaak tussen de man als appellant en de vrouw als geïntimeerde heeft het hof een deskundigenbericht bevolen om vast te stellen of de man uit eigen vermogen heeft bijgedragen aan de bouw van de woning van de vrouw en zo ja, tot welk bedrag.

Het hof stelde partijen in de gelegenheid gezamenlijk een deskundige voor te dragen, maar bij gebrek aan overeenstemming benoemde het hof de heer C.P.M. van der Zwet RA als deskundige. Tevens werd een raadsheer-commissaris benoemd om de voortgang van het onderzoek te bewaken en eventuele problemen te beslechten.

De deskundige kreeg instructies over het opstellen van een plan van aanpak, het tijdschema, overleg met partijen en het rapporteren aan het hof. Partijen dragen gezamenlijk de kosten, die voorlopig door de griffier op debet van de Staat worden gesteld vanwege toevoeging.

De deskundige moet het rapport uiterlijk 17 december 2013 deponeren, inclusief een verklaring dat partijen gelegenheid hebben gehad tot het maken van opmerkingen. De zaak is verwezen naar de rol van 17 december 2013 voor het deskundigenbericht. Het hof houdt verdere beslissingen aan tot ontvangst van het rapport.

Uitkomst: Het hof beveelt een deskundigenonderzoek naar de eigen vermogensbijdrage van de man aan de woning van de vrouw en benoemt een deskundige en raadsheer-commissaris.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel Recht

Zaaknummer: 200.091.687
Zaaknummer/rolnummer rechtbank: 85569 / HA ZA 10-2173

arrest van 17 september 2013

inzake
[de man],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. S.A. Ray te Rotterdam,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. F.C. Frederiks te Zwijndrecht.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

1.
Het hof verwijst naar zijn tussenarrest van 2 juli 2013, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

2.
In voornoemd tussenarrest heeft het hof geoordeeld het wenselijk te achten een bericht van een deskundige te bevelen omtrent de vraag of de man uit zijn eigen vermogen heeft bijgedragen bij de bouw van de woning van de vrouw en zo ja, tot welk bedrag.
3.
Het hof heeft partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld om binnen 4 weken na datum van het tussenarrest gezamenlijk aan het hof een voorstel te doen tot benoeming van een deskundige. Het hof heeft daarbij bepaald dat, bij gebreke van een gezamenlijk voorstel, het hof tot deskundige zal benoemen de heer C.P.M. van der Zwet RA. Daarbij is vermeld dat het uurtarief van de heer C.P.M. van der Zwet € 220,- exclusief omzetbelasting bedraagt.
4.
Partijen hebben het hof geen gezamenlijk voorstel tot benoeming van een deskundige gedaan. Het hof zal derhalve thans de heer C.P.M. van der Zwet benoemen tot deskundige.
5.
Volledigheidshalve neemt het hof in dit tussenarrest op hetgeen met betrekking tot het deskundigenonderzoek in de overwegingen van het tussenarrest van 2 juli 2013 is opgenomen.
a. a) De deskundige stelt op de voet van artikel 198 lid 2 Rv Pro zelf of onder leiding van de rechter zijn onderzoek in. In dit geval acht het hof het noodzakelijk dat een door het hof benoemde raadsheer-commissaris de voortvarendheid van deskundigenonderzoek begeleidt en problemen tijdig kortsluit met partijen en de deskundigen. In dat kader geeft het hof de navolgende instructies;
- de deskundige bespreekt op zo kort mogelijk termijn met partijen en zo mogelijk hun adviseurs zijn plan van aanpak ter zake het deskundigen bericht;
- de deskundige stelt conform de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels het plan van aanpak op;
- de deskundige stelt een tijdsschema vast, waaraan partijen en hun adviseurs zich hebben te houden tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen;
- indien de onderstaande vraagstelling in het kader van zijn onderzoek tot hoge kosten zal leiden staat het de deskundige vrij in overleg met partijen de betreffende vraag of vragen te herformuleren;
- indien de deskundige met partijen tot een herformulering van de vraag of vragen komt bericht de deskundige dit schriftelijk aan het hof;
- indien de deskundige niet met partijen tot een herformulering van de vraag of vragen kan komen terwijl hij dit gezien zijn gedrags- en beroepsregels noodzakelijk acht, zal de deskundige de raadsheer-commissaris in deze zaak verzoeken een zitting te bepalen ter bespreking van de door hem gewenste herformulering van de vraag of vragen;
- nadat de deskundige zijn onderzoek heeft afgerond bespreekt hij het resultaat met partijen;
- indien de deskundige dit wenselijk acht kan hij het resultaat nader toelichten ten overstaan van de raadsheer-commissaris en partijen.
b) De raadsheer-commissaris is ingevolge de wet onder meer bevoegd om de nodige maatregelen te nemen teneinde de voortgang van de procedure te bewaken en om partijen te gelasten nadere informatie te verstrekken die de deskundige nodig heeft in het kader van zijn onderzoek. Des nodig beveelt het hof een hoorzitting ten overstaan van de raadsheer-commissaris op een door hem te bepalen plaats en tijdstip.
c) Het hof verzoekt de deskundige een onderzoek in te stellen en rapport uit te brengen ter beantwoording van de volgende vragen:
a. heeft de man uit eigen vermogen bijgedragen in de verwerving en bouw van de woning aan de [adres];
b. indien de vraag onder a bevestigend wordt beantwoord: welk bedrag of welke bedragen heeft de man aldus bijgedragen en waar blijkt zulks uit.
d) Het hof acht het redelijk dat voorlopig ieder van partijen de helft van het voorschot van de deskundige zal voldoen. Het hof zal bij eindarrest vaststellen ten laste van welke partij of partijen die kosten zullen komen. Elk van partijen dient aan de griffier van het hof een voorschot van € 6.655,- te betalen ten behoeve van de deskundige.
e) Partijen zullen na inzending van het deskundigenbericht in de gelegenheid worden gesteld zich daaromtrent uit te laten.
6.
Het hof is inmiddels gebleken dat beide partijen op toevoeging procederen. Ingevolge artikel 195 Wetboek Pro van Rechtsvordering zal het hof thans geen voorschot aan partijen opleggen, maar zal het voorschot voor de deskundige door de griffier voorlopig in debet worden gesteld ten laste van de Staat.
7.
Het vorenstaande in acht nemend wordt derhalve thans als volgt beslist.

BESLISSING

Het hof:
- beveelt een onderzoek door 1 deskundige teneinde aan het hof bericht uit te brengen omtrent de onder rechtsoverweging 5 sub c van dit arrest vermelde vragen;
- benoemt als zodanig:
de heer C.P.M. van der Zwet RA
Heereweg 21, 2161 AC Lisse
telefoonnummer: 0252 - 436000
e-mailadres:
info@vanderzwetaccountants.nl
- benoemt tot raadsheer-commissaris mr. H.P.Ch van Dijk en bij dienst ontstentenis
mr. A.L.G.A. Stille. Bepaalt dat de deskundige zijn onderzoek in beginsel zelfstandig zal verrichten, doch indien de raadsheer-commissaris daartoe aanleiding ziet, onder diens leiding;
- bepaalt dat de deskundige bij het verrichten van zijn werkzaamheden naast de normen van zijn beroepsgroep tevens de leidraad deskundigen in civiele zaken in acht dient te nemen;
- bepaalt dat de griffier het voorschot van € 13.310,- voorlopig in debet zal stellen;
- bepaalt dat de deskundige met het onderzoek eerst een aanvang behoeft te maken na bericht van de griffier dat het voorschot voorlopig in debet is gesteld;
- bepaalt dat de deskundige zijn schriftelijk bericht ter griffie handel van dit hof (Postbus 20302, 2500 EH Den Haag, P2-267A) zal deponeren vóór 17 december 2013. Uit dat bericht moet blijken:
a. dat de deskundige partijen in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen waarvan de inhoud in het bericht vermeld dient te worden;
b. dat de deskundige, alvorens een definitief rapport op te maken, partijen een conceptrapport heeft doen toekomen en hij partijen daarbij in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen, waarvan de inhoud in het definitieve bericht vermeld dient te worden;
- bepaalt dat de deskundige tegelijk met dit bericht een declaratie van loon en kosten ter griffie zal indienen onder vermelding van de namen van partijen en het zaaknummer;
- wijst partijen erop dat indien zij schriftelijke opmerkingen aan de deskundige doen toekomen, daarvan terstond een afschrift aan de wederpartij dient te worden verstrekt;
- bepaalt dat de man het procesdossier binnen 2 weken na datum van dit arrest aan de deskundige ter hand zal stellen;
- verwijst de zaak naar de rol van 17 december 2013 voor deskundigenbericht. Indien de deskundige zijn schriftelijk bericht niet vóór die datum kan deponeren, dient de deskundige uiterlijk twee weken voor deze datum aan de raadsheer-commissaris te verzoeken om een nadere datum voor het deponeren van het deskundigenbericht, via de griffie handel van dit hof (Postbus 20302, 2500 EH Den Haag, P2-267A);
- bepaalt dat de griffier een afschrift van dit arrest aan de deskundige zendt;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Stille, Van Dijk en Burgers-Thomassen, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.