ECLI:NL:GHDHA:2013:4086
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting raamprostitutiebedrijf
Belanghebbende exploiteert een raamprostitutiebedrijf en stelt in geschil of de naheffingsaanslag omzetbelasting terecht is opgelegd voor het tijdvak 1 juli 2010 tot en met 30 september 2010. De kern van het geschil betreft de kwalificatie van de diensten, de plaats van dienst voor buitenlandse prostituees en de vermeende willekeur bij de toepassing van het tarief in vergelijking met de hotelbranche.
De rechtbank oordeelde dat de diensten van belanghebbende meer omvatten dan het louter passief ter beschikking stellen van kamers, mede vanwege de exploitatievergunning, toezicht, controle en aanvullende diensten. Hierdoor kwalificeren deze diensten niet als verhuur van onroerend goed. Ook het beroep op sportbeoefening werd verworpen. De rechtbank stelde dat de plaats van dienst in Nederland is gelegen, ook voor buitenlandse prostituees, omdat zij hun diensten daadwerkelijk in Nederland verrichten.
In hoger beroep heeft het Hof de standpunten van belanghebbende onderzocht en geconcludeerd dat er onvoldoende bewijs is voor willekeur of dat de diensten buiten Nederland belast zouden zijn. De juridische kwalificatie van de diensten als verhuur van onroerend goed werd eveneens verworpen, met verwijzing naar recente arresten van de Hoge Raad. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.