Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
- er geen bewijswaarde toekomt aan het aantreffen van de vingerafdruk van de verdachte op de in de juwelierszaak aangetroffen plastic tas, nu de overvallers allen handschoenen droegen ten tijde van de overval en allerhande algemene handelingen de oorzaak kunnen zijn van het terechtkomen van de vingerafdruk van de verdachte op deze tas.
- de fotoprints en het beeldmateriaal van de beveiligingscamera’s van de juwelier niet kunnen worden gebruikt voor het bewijs, nu niet is vast te stellen dat de verdachte daarop is waar te nemen;
- de onderzoekingen aan de mobiele telefoon van de verdachte onrechtmatig zijn geschied en de uitkomsten van dit onderzoek niet voor het bewijs kunnen dienen, nu de verdachte geen toestemming heeft verleend voor het onderzoek naar telecommunicatie;
- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] niet kan worden gebruikt voor het bewijs nu deze getuige bij de rechter-commissaris een andere verklaring heeft afgelegd en deze getuige niet door het hof is gehoord;
- de belastende onderdelen uit de tapgesprekken tussen [getuige] en medeverdachte [medeverdachte] niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, nu daaruit een onderdeel is weggelaten.
- het signalement van de overvaller die tijdens de overval heeft gedreigd met een wapen komt overeen met het signalement van de verdachte; fors qua gestalte en van Noord-Afrikaanse afkomst;
- er is een vingerafdruk van de verdachte aangetroffen op de door de overvallers achtergelaten plastic boodschappen tas waarvoor de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft afgelegd;
- er is veelvuldig telefonisch contact geweest in de periode (zeer kort) voorafgaande aan de overval tussen verdachte en de bekennende medeverdachte [medeverdachte] en geen van beiden heeft ter terechtzitting in hoger beroep voor de tijdstippen en frequentie van deze contacten een geloofwaardige, laat staan aannemelijke, verklaring gegeven;
- medeverdachte [medeverdachte] heeft de ochtend van de overval om 07:32 uur met de verdachte gebeld en zowel de mobiele telefoon van de verdachte als die van [medeverdachte] straalden tijdens dat gesprek dicht bij elkaar gelegen zendmasten in Delft aan, waaruit het hof concludeert dat beiden zeer kort voor de overval in elkaars buurt verbleven;
- medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij voor de overval is gebeld door een mededader en dat hij op de ochtend van de overval met zijn mededaders van Delft naar Lekkerkerk is gereden voor de overval;
- uit de gesprekken tussen de getuige [getuige] en medeverdachte [medeverdachte] blijkt dat [medeverdachte] aan [getuige] heeft verteld over zijn betrokkenheid bij de overval maar ook over die van een grote forse persoon genaamd [verdachte], alsook dat een persoon die bij [medeverdachte] in de penitentiaire inrichting zat bij die overval met het pistool had gedreigd. Medeverdachte [medeverdachte] heeft deze uitspraken deels toegegeven, terwijl naar het oordeel van het hof sommige uitspraken van [getuige] duiden op daderkennis, die zij enkel via [medeverdachte] kan hebben verkregen;
- nu de telefoon van de verdachte de dag van de overval in Delft een zendmast heeft aangestraald, hij daar gewoond heeft en zijn ouders daar ten tijde van de overval wonen, kan de verdachte op grond hiervan naar het oordeel van het hof worden aangemerkt als zijnde afkomstig uit Delft;
- dit gegeven, alsook de omstandigheid dat de verdachte gelijktijdig met medeverdachte [medeverdachte] in dezelfde penitentiaire inrichting gedetineerd was, in combinatie met de door [medeverdachte] aan getuige [getuige] gegeven beschrijving van de fysieke verschijning van “[verdachte]” maakt dat het hof aanneemt dat met de volgens de getuige [getuige] door [medeverdachte] genoemde, en bij de overval betrokken, “[verdachte]” de verdachte [verdachte] is bedoeld.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4,5 (viereneenhalf) jaren.
wettelijke rente vanaf 3 maart 2011tot aan de dag der algehele voldoening.
€1.500,00 (duizend vijfhonderd euro).
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
wettelijke rente vanaf 3 maart 2011tot aan de dag der algehele voldoening.